Tips en stylingStyling
Zo draag je een pochet zonder dat het te veel wordt
Een pochet maakt een colbert af, maar de kunst zit in de terughoudendheid. Drie vouwen, drie kleurregels en de fouten die je beter kunt overslaan.
Een pochet is het kleinste kledingstuk in je kast en tegelijk het stuk dat het meest opvalt. Precies daarom gaat het er zo vaak naast. Hieronder de drie dingen die je moet weten, meer is het niet.
Kies eerst de vouw
De rechte vouw is de veiligste keuze. Een strak wit of lichtblauw vlak van ongeveer een centimeter boven de rand van je borstzak. Dit werkt bij elk pak en bij elke gelegenheid waar je niet wilt opvallen.
De puntvouw geeft wat meer richting en past goed bij een blazer met structuur, bijvoorbeeld tweed of een grove wolmix. Twee of drie punten die net boven de zak uitkomen is genoeg.
De losse puf is het minst formeel. Pak de pochet in het midden op, draai hem licht en duw hem met de zijkanten naar beneden in je zak. Bij zijde geeft dat een golvend effect dat nooit twee keer hetzelfde is, en dat is precies de bedoeling.
Kleur pak je op, niet over
De regel die altijd werkt: je pochet mag een kleur uit je overhemd of je das oppakken, maar hij mag die kleur nooit exact kopiëren. Een set van dezelfde stof als je das oogt snel als een pakket dat je in één keer hebt gekocht.
Draag je een effen navy blazer met een wit overhemd, dan kan een pochet in fuchsia of petrol precies het accent geven dat de outfit mist. Bij een druk overhemd doe je het omgekeerde: houd de pochet effen en rustig.
Drie dingen die je beter kunt laten
- De pochet te ver uit de zak laten steken. Anderhalve centimeter is bijna altijd genoeg.
- Een pochet strijken tot hij kraakt. Zijde mag leven, dat is de charme.
- Een pochet dragen bij een colbert dat je open laat hangen over een T-shirt. Dan is er te weinig om hem aan op te hangen.
Twijfel je nog over de kleur? Begin met wit voor formeel en één heldere kleur voor de rest. Daar kom je een heel seizoen mee door.


